Olympisch Trap
Het onderdeel Trap lijkt het meest op de vorm van duivenschieten zoals dat in de vorige eeuw werd beoefend: aan beide einden van een veld werden manden geplaatst met daarin ettelijke hoeveelheden duiven. Op commando werden deze losgelaten om beschoten te worden. Bij Trap staan tegenover de schutter 15 verschillende werpmachines naast elkaar opgesteld (de zogenaamde "trap-put") van waaruit kleiduiven in verschillende posities en hoeken worden weggeslingerd. De schutter weet niet van tevoren uit welke machine de kleiduif komt en welke richting deze opgaat. Daarbij moet de schutter schieten vanaf vijf naast elkaar liggende posten, recht tegenover de trap-put.

Sporting Trap
In tegenstelling tot Olympisch Trap, liggen de schietpunten bij Sporting Trap in een radius van 11 in plaats van 15 meter achter de machine en staat de machine bij Sporting Trap op de plaats van machine 8 bij Olympisch Trap. De duiven vliegen minder ver (65 tot 70 meter) en worden onder een kleinere hoek geworpen, zowel horizontaal als verticaal. De gemiddelde hoogte van de door de duif te volgen baan is 2,5 meter maar de hoogte op 10 meter voor de werpmachine(s) mag niet minder dan 1,5 meter en niet meer dan 3,5 meter bedragen. Bij Sporting Trap is maximaal 28 gram hagel 5 toegestaan.

IMG 1954

Olympisch Double Trap
Bij double trap wordt er slechts gebruik gemaakt van 3 kleiduivenwerpmachines (in tegenstelling tot Trap, waar 15 kleiduivenwerpmachines gebruikt worden). Bij double trap worden uitsluitend doubletten geschoten. Bij de doubletten vliegt er 1 duif hoog en 1 duif laag, echter wel in dezelfde richting.

Automatic Trap
Dit is een vrij nieuwe discipline, die nog niet op grote schaal beoefend wordt. Automatic Trap wordt geschoten op een baan zoals die voor Trap wordt gebruikt, met dien verstande dat de duiven slechts door één machine geworpen worden. Deze machine staat echter niet vast, zodat de schutter vooraf niet weet in welke richting de duif zal vliegen.

Bron: KNSA